|
CULTUUR - GODEN |
 |
|
In de Upanishad
wordt uitleg van de Vedische teksten gegeven. Over de goden wordt
opgemerkt dat het goddelijke in alles en iedereen verscholen zit. De
verschillende goden die aanbeden worden met verschillende namen en
gedaanten zijn niets anders dan verschijningsvormen van het alomvattende
Goddelijke, dat onveranderlijk, oneindig en het opperste levensprincipe
is. |
|
|
|
|
|
|
IIn
de vroegste geschriften van de Ariërs, de Veda’s, komen naast de
uitvoerige beschrijvingen van de rituelen ook hun belangrijkste goden
aan bod. Deze goden worden geassocieerd met de natuur: |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
Agni:
de God van vuur |
Surya: de Zonnegod |
Indra: de God van donder en de oorlog |
|
|
|
In de 5de
eeuw voor Christus kwam het geloof en meerdere goden terug. De vedische
goden Agni, Surya en Indra moesten hun plaats
afstaan aan de nieuwkomers. Shiva
en
Vishnu
werden de
belangrijkste twee goden.
Brahma
de als derde inactieve god. |
|
|
|
|
|
|
In het
hindoeïsme bestaan allerlei groepen van gelovigen die zich richten tot
een specifieke god. Een dergelijk religieuze groep beschouwt deze god
als belangrijkste van alle goden. De twee belangrijkste goden Vishnu en
Shiva, hebben elk hun eigen groep van aanbidders, de Vishnuieten en de
Shaivaieten |
|
|
|
|
|
|
In oude
teksten wordt beweerd dat men meer dan 300 miljoen goden kent. Elke god
is bekend met verschillende varianten, kan mannelijk, vrouwelijk of
onzijdig zijn, en heeft dan ook nog, afhankelijk van zijn specifieke
functie of attributen, een aantal verschillende namen. De godheid kan
bloeddorstig of juist vriendelijk zijn |
|
|
|
|
|
|
In de
volgende onderdelen zullen we een aantal belangrijke goden de revue
laten passeren. |
|
|
|
Trimurti: “drie gedaanten” – slaat op de heilige drie-eenheid van het
hindoeïsme, waar het absolute goddelijke brahman uitgebeeld wordt door
de drie goden Brahma, Vishnu en Shiva. |
|
|
|
|
|
 |
 |

|
|
|
Brahma: de schepper
van het universum |
Vishnu: de
instandhouder |
Shiva:
de vernietiger |
|
|
|
Brahma
komt in de eerste vedische
teksten helemaal niet voor. In het begin van de klassieke periode van
het hindoeïsme, ongeveer ten tijde van Christus, werd hij vereenzelvigd
met de scheppende god uit de Rig Veda. Maar sindsdien heeft hij zijn
scheppende krachten moeten afstaan aan Shiva en Vishnu en aan de grote
godin Devi, en is hij naar de achtergrond van het pantheon verschoven.
Aangezien zijn enige interesse de alles omvattende structuur van het
universum is, zegt men wel dat hij de minder plezierige taken, zoals het
bestrijden van het kwaad, overlaat aan Vishnu en Shiva. Volgens de
hindoeïstische scheppingsmythologie maakte de oerkracht of brahman de
kosmische wateren en legde daar een zaadje in. Het zaadje werd een
gouden ei, dat herboren werd als Brahma, aan wie alle schepping
ontspruit. De eerste schepping was de Kosmische Mens, een van Brahma’s
namen, Brahma wordt beschouwd als de eerste en grootste wijsgeer. Hij
wordt afgebeeld met vier gezichten, die staan voor de vier veda’s, de
vier tijdperken en de vier sociale categorieën( kasten of varna’s); zijn
vier armen zijn de vier windstreken van het heelal. Verder heeft hij een
kralensnoer dat de tijd beheerst, een boek dat alle kennis bevat en een
kruik dat de scheppingswateren symboliseert. |
|
|
Vishnu
is de welwillende god die overvloed schenkt. Hij is de god de van
bescherming. Omdat hij verantwoordelijk is voor de bescherming kan hij
een menselijke vorm aannemen. Steeds wanneer demonen dreigen hemel en
aarde te vernietigen komt Vishnu in menselijke vorm - als een Avatara
op aarde.
Een aantal Avatara-vormen van Vishnu worden hieronder beschreven: |
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
Varaha (het everzwijn)
Varaha redt de aarde van de zondvloed. |
Matsya (de Vis)
De vis redt Manoe, de voorvader van de mensheid, uit de zondvloed. |
Narasimha
(de leeuw-mens)
Vishnu doodt in de gedaante van tegelijkertijd een mens en een leeuw
(Hiranyakashipu) |
Vamana (de dwerg)
Vishnu verovert de wereld en het heelal op de demonen.
|
Boeddha
Een gedaante die Vishnu aanneemt om de demonen te misleiden. De demonen
bekeren zich tot het boeddhisme en kunnen zo vernietigd worden op het
einde van het Kali-tijdperk.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
Kurma(de Schildpad)
De schildpad verbeeldt hemel en aarde. Vishnu neemt deze vorm aan
wanneer de goden en de demonen weer eens met elkaar strijden |
Rama(de
Koning)
Rama doodt de demon Ravana en bevrijdt zijn vrouw Sita. |
Krishna
(de koeherder)
Krishna komt op aarde om de demonen te vernietigen. In de Mahabharata
wordt dit beschreven. In de Puranas staat zijn leven als geheime god. |
Kalki (de ruiter)
Aan het einde der tijden (Kali-tijdperk) verschijnt Vishnu als de
laatste Avatara in de gedaante van een ruiter op het witte paard. |
Parashurama (Rama met de bijl)Parashurama was de zoon van een
brahmaan die door de slechte koning Kartavirya onrecht was aangedaan.
Deze had Parashurama’s wenskoe ontstolen. Parashurama dood de koning en
en alle mannelijke leden van de kshariya-kaste. |
|
|
|
|
|
Een
aantal vormen van Shiva zijn: |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
|
|
Shiva
Nataraja – “koning van de dans” : deze vorm wordt vooral in Tamil Nadu
aanbeden |
Pashupati
– “heer der dieren |
Virabhadra – “vorm van Shiva – woeste krijger - , waarin hij zijn
schoonvader Daksha onthoofd Gangadhara (de drager van de Ganges): Shiva
ving het water van de Ganga die op de aarde dreigde neer te storten, op
in zijn haar en liet het naar beneden stromen. Zo werd de Ganges
gevormd.
|
|
|
|
Devi,
de moedergodin. Devi is de machtigste godin van het hindoeïstische
pantheon. Ongeacht haar gedaante, ze heeft er vele, ze is altijd de
vrouw van de god Shiva, omdat hij te ver weg is om in direct contact met
de wereld te staan, fungeert Devi als manifestatie van zijn energie
(Shakti), een uitstorting van zijn levenskracht die de wereld maakt.
Haar baarmoeder bevat het hele universum. Het verenigen van
tegengestelden wordt gesymboliseerd door haar tweevoudige
persoonlijkheid, die van welwillendheid en gewelddadigheid. In de loop
der tijd zijn de verschillende godheden van de verschillende kasten in
India samengesmolten tot die ene Grote Godin, die nu in vele gedaanten
aanbeden wordt. Haar zachtaardige eigenschappen worden vertegenwoordigd
door ‘ Licht’ (Uma), ‘Moeder van de wereld’ (Jaganmata), ‘de
Rechtvaardige’ (Jagadgauri) en ‘Bergbeklimster’ (Parvati). Haar strenge
kant is te zien in ‘de Vurige’ (Chandi), ‘de Zwarte’ (Kali) en ‘de
Verschrikkelijke’ (Bhairavi). Devi is de essentiële mengeling van genot
en pijn, lijden en verlichting, leven en dood. Eén van haar eerste
verschijningen in de hindoeïstische mythologie is die van de reddende
figuur. Toen Vishnu en Shiva merkten dat zij het kwaad in de wereld niet
konden verslaan, gebruikten zij beiden hun energie om de mooie,
krijgshaftige godin Durga te scheppen. Rijdend op een leeuw versloeg zij
het duivelse buffelmonster Mahisha in een epische slag en liet zo zien
hoe de goddelijke macht over slechtheid triomfeert. |
|
Terug naar boven |
 |